OVERPEINZINGEN OVER KIPLING, ZIJN TIJD EN ZIJN TIJGENOTEN
JOHN PALMER, DE AUTEUR
John Palmer is een belangrijke figuur op het gebied van literaire kritiek, erkend om zijn werk over Rudyard Kipling, een iconische auteur bekend om zijn geschriften over het Britse Rijk. Palmer toonde grote interesse in het leven en de context waarin Kipling schreef, en onderzocht de thema’s en betekenissen van zijn werk door de bril van het Victoriaanse tijdperk en koloniale conflicten.
OORSPRONG EN OPLEIDING
Oorspronkelijk afkomstig uit het Verenigd Koninkrijk, groeide John Palmer op in een omgeving waar Engelse literatuur werd gewaardeerd. Zijn passie voor literatuur en zijn interesse in Kipling werden beïnvloed door zijn opvoeding. Hij bezocht instellingen die zijn liefde voor Engelse literatuur ontwikkelden en hem een solide basis gaven voor de bekwame analyse en kritiek van belangrijke werken, vooral die van Kipling.
OORDELEN EN POLITIEKE NEIGINGEN
John Palmer schetst in zijn studie uit 1915 een portret van Kipling als bovenal een vakman van plicht. Voor Palmer ligt Kipling’s filosofie niet in blind chauvinisme, maar in een mystiek van orde en wet. Politiek analyseert hij hem als de voorvechter van administratieve verantwoordelijkheid en discipline in plaats van brute overheersing. Palmer zag in hem een man die aan de structuur van het Rijk gehecht was uit pure morele pragmatiek.
Dit was een vrij genuanceerd perspectief voor die tijd, vooral vergeleken met de scherpere kritiek van zijn tijdgenoten. Als we het over deze periode hebben, moeten we Kipling’s visie op het Rijk vergelijken met Joseph Conrad’s veel donkerdere visie op het Rijk in Heart of Darkness. Het contrast tussen de «Wet en Orde» van de een en de absurditeit van de ander is fascinerend.
VERGELIJKING MET JOSEPH CONRAD & E. M. FORSTER
Voor Conrad is imperialisme een onderneming van plundering zonder grandeur, een witgewassen begrafenis. Hij zag erin een mechanische efficiëntie die een diep moreel vacuüm verborg. In tegenstelling tot Kipling vreesde hij dat de mens zijn ziel zou verliezen in deze zoektocht naar overheersing, waardoor beschaving zou veranderen in een fragiele illusie tegenover de jungle.
Het is een visie die wordt gekweld door existentiële angst, die ook, vanuit een meer sociale invalshoek, terug te vinden is in E.M. Forster’s The Road to India. Voor Forster wordt het probleem van het Rijk het onvermogen tot menselijke communicatie.
Als Conrad en Forster geen Rijkbouwers waren, kunnen we dan niet stellen dat het bouwen van een rijk diep aansluit bij de menselijke natuur die door de geschiedenis heen nooit is gestopt met het zoeken naar uitbreiding? Natuurlijk geldt dit voor een heel ander type mens dan Conrad of Forster. Maar stel je een wereld voor waar alleen Conrad en Forster zouden zijn?
Dit probleem doet denken aan de gedachte van Thucydides of zelfs Machiavelli: de wil tot macht als de onontkoombare drijfveer van de geschiedenis. Als de wereld alleen door Conrad bevolkt zou zijn, zouden we verlamd zijn door introspectie; als er alleen Forsters waren, zouden we verloren zijn in de subtiliteiten van gevoel. Het Rijk is, vanuit dit perspectief, de uitdrukking van een vitale, bijna biologische kracht.
Dit wordt vaak benadrukt in epische literatuur, van Vergilius’ Aeneis tot de historische saga’s, waar de stichting van een natie een vorm van noodzakelijke strengheid vereist. Maar deze spanning tussen veroverende actie en moreel geweten staat centraal in de klassieke tragedie. Het doet me denken aan de figuur van Ulysses in Dante of Homerus: is hij een nobele ontdekkingsreiziger of een overtreder van menselijke grenzen?
Beschikbaar in digitaal formaat — €7,99